Gewichtsverdeling 2.0
Soms kan een rijtechniek in theorie perfect zijn, maar in de praktijk nèt zijn doel missen. Het verschil zit hem dan vaak in de instructie: met een andere bewoording ga je dan misschien niet rechtstreeks voor de (in theorie) ideale situatie, maar bereik je toch je doel. Zeker als het om een essentiële basic gaat zoals je gewichtsverdeling, is deze nuancering de moeite waard.
Wie een eerdere uitgave van het boek heeft, is misschien opgevallen dat ik vanaf de vijfde uitgave een iets andere instructie hanteer als het gaat om gewichtsverdeling.
Voorheen was mijn advies telkens om je gewicht volledig op de pedalen te laten rusten. En dat levert in theorie de ideale gewichtsverdeling op: je voeten dragen je gewicht, en de fiets wordt belast op de laagste contactpunten, namelijk de pedalen. Dit brengt je zwaartepunt op de juiste plek voor bochten en ‘algemeen rijden’, en door het stuur verder van je weg te bewegen of juist naar je bovenlijf toe te brengen blijft je zwaartepunt op de juiste plek - boven de trapas.
Nieuwe instructie
Klinkt goed, dus wat is hier nu mis mee? Welnu, het bovenstaande is in theorie een prima streven. Maar zoals het woord ‘theorie’ je wellicht al doet vermoeden, is het moeilijk in de praktijk te brengen. Het zou al een kunst zijn om je zwaartepunt op een vlakke weg precies boven de trapas te houden, laat staan in afwisselend terrein! Een groot deel van de tijd zou je zwaartepunt iets vóór, danwel iets achter de trapas liggen. En vooral dat laatste is onwenselijk: met het zwaartepunt achter de trapas hang je in feite aan het stuur, en dat moet je niet willen. Je gewicht gaat te ver naar achteren en je wordt eigenlijk een passagier van je fiets.
Om je dergelijke situaties te besparen, is het motto vanaf de vijfde uitgave om je gewicht gelijkmatig over de fiets te verdelen. Om dit te bereiken zet je je gewicht hoofdzakelijk op de pedalen, en zorg je daarbij dat je lichtjes op het stuur leunt. Een lichte druk van je handen op het stuur is voldoende om zeker te zijn dat je zwaartepunt een fractie vóór de trapas ligt, en niet erachter.
Zelfde intentie
Ook met deze aangepaste instructie blijft het zaak om deze gewichtsverdeling in stand te houden, om het even in welke extreme houdingen het terrein je hierbij dwingt. Duikt het voorwiel omlaag, dan druk je het stuur van je af zodat je gewicht hoofdzakelijk op je voeten blijft, zónder aan het stuur te hangen. Over bulten en door kuilen houdt je opnieuw je zwaartepunt een fractie vóór de trapas, en geef je de fiets vooral beweegruimte met je armen.
Alleen bij het afremmen of op ruwe ondergrond (die je in feite ook afremt) geldt een uitzondering: door de remkracht wil je lijf naar voren bewegen ten opzichte van de fiets, en om dit te compenseren moet je zwaartepunt achter de trapas komen. Maar als je dit goed doet hang je nog steeds niet aan het stuur en vangen je voeten zowel de zwaartekracht als deze horizontale “traagheidskracht” op.

