Remmen in een bocht
Het was lang een taboe, en in eerdere edities van het boek was ook mijn advies om niet te remmen in een bocht. Je wielen rollen nu eenmaal beter door de bocht als ze niet worden afgeremd... Maar de realiteit is dat veel bochten schier onmogelijk zijn om te nemen zonder te remmen.
Het is onverminderd waar dat je het best kunt afremmen vóór een bocht. De reden waarom je eigenlijk niet wilt remmen ín een bocht, is dat je banden sneller geneigd zijn om hun grip te verliezen als je remt, en je dus gemakkelijk een schuiver maakt. Voor maximale grip laat je de banden ongeremd over de ondergrond rollen. En toch is remmen in een bocht vaak een onvermijdelijk compromis.
Remmen in een bocht is vooral nodig in platte bochten bergaf. Hier speelt de zwaartekracht een rol en maak je, zonder te remmen, vanzelf vaart. Om de oplopende snelheid te compenseren zou je in de loop van de bocht steeds verder moeten inleunen, óf een steeds ruimere radius (een flauwere bocht) moeten nemen. Dat is onnatuurlijk en onpraktisch. Om de controle te behouden is het gemakkelijker om bij te remmen, en zo je snelheid te beheersen.
In dit kader is het belangrijk om twee soorten remacties te onderscheiden:
- Afremmen: Hiermee breng je je snelheid omlaag, bijvoorbeeld voor een bocht of een technische uitdaging. Het is goed om krachtig te leren afremmen, zeker als je wedstrijden rijdt. Hierbij gebruik je - als de ondergrond het toelaat - meestal beide remmen.
- Bijremmen: Hiermee zorg je dat de snelheid constant blijft, met name als je onder invloed van de zwaartekracht zou versnellen. Bijremmen is vooral een kwestie van doseren: hard genoeg remmen om de snelheid te beheersen zonder grip te verliezen. In bochten gebruik je hiervoor vooral de achterrem. Als het achterwiel uitbreekt, dan is de situatie meestal wel te redden. Als je te hard met de voorrem remt en het voorwiel breekt uit, dan is er geen houden meer aan.
Remmen in een bocht bergaf - het driestappenplan
1. Afremmen: Bij het benaderen rem je af tot een passende snelheid voor de bocht in kwestie. Wat een ‘passende’ snelheid is, hangt van vele factoren af. Meestal kun je een bocht beter iets te langzaam inrijden dan te snel. Rem in elk geval af voordat je instuurt. Op een ondergrond die goede grip biedt, en als je hierin voldoende geoefend bent, kun je gerust met beide remmen afremmen.
2. Bijremmen: Bij het ingaan van de bocht ga je over van afremmen (vertragen) naar bijremmen (snelheid constant houden). Zoals gezegd kun je dit meestal het best met alleen de achterrem doen. Als de ondergrond veel grip en support biedt (bijvoorbeeld op een harde, droge ondergrond of in een kombocht) kun je ook de voorrem voorzichtig gebruiken.
3. Uitrollen: Zodra je er voldoende vertrouwen in hebt, dat je de bocht ongeremd tot een goed einde kunt brengen, laat je de rem(-men) los en rol je de bocht uit. Hierdoor verkrijgen je banden maximale grip op de ondergrond, en kom je richting het eind van de bocht vanzelf vanuit de ingeleunde positie weer rechtop.
Houd er rekening mee dat je je gewicht naar achteren moet verplaatsen als je remt, óók in een bocht. Doe dit wel slechts zoveel als nodig, en alleen wanneer je daadwerkelijk remt. Om soepel door een bocht te rollen, is het belangrijk om je gewicht gelijkmatig over het voor- en achterwiel te verdelen.

