Trailcenter-hoppen in Schotland

Schotland: het land van kilts en doedelzakken, van whisky en de Highlands. Maar ook het land van de 7-Stanes trailcenters, wellicht een van de bekendste mountainbikegebieden van Groot-Brittannië. We hadden een rendez-vous met vrienden uit Wales en bezochten in vier dagen vier van de inmiddels 11 trailcenters van het 7-Stanes netwerk. 

 

Dalbeattie: vol uitdagingen 

Na een comfortabele nacht op de ferry van IJmuiden naar Newcastle en zo’n honderdvijftig autokilometers, komen we aan in Dalbeattie. Dit is één van de kleinere trailcenters, met beperkte faciliteiten en een relatief kleine parkeerplaats. En zeg je Schotland, dan zeg je neerslag. Op onze eerste dag overzee worden we meteen getrakteerd op de nodige regen. Gelukkig hebben we onze shell-shorts en regenjacks in de standaarduitrusting op deze trip, en zijn we in een mum van tijd regenbestendig gekleed. 

In afwachting van de komst van onze vrienden uit Wales rijden we alvast warm op het oefenrondje. En dat belooft wat... Door de regen zijn de rotsen en wortels op de trails spekglad geworden. De toch al aardig technische lijnen over bepaalde rotspartijen, worden zo bijzonder tricky en hier en daar praktisch onmogelijk te rijden. Reden om straks op onze hoede te zijn. We rijden vandaag de ‘Hardrock Trail’, die de nodige rock sections kent. Dat wordt al gauw duidelijk als ik na enkele kilometers de rijder voor me zie verdwijnen achter een bult. Het pad gaat hier enkele meters loodrecht naar beneden. Verrassend, maar met de juiste skills prima te rijden. Dit smaakt naar meer!


De 'Qualifier': een niet mis te verstane rock garden die minstens zo steil eindigt als het hierboven lijkt.

Eenmaal onderweg wordt mijn nieuwsgierigheid gewekt door geruchten over technische secties genaamd ‘The Slab’ en ‘The Terrible Twins’, passages van de zwarte moeilijkheidsgraad waar de route over de kale rotsbodem omlaag schiet. Als opwarmer voor The Slab krijgen we eerst de ‘Qualifier’ voor onze kiezen, een rock garden van zo’n 25 meter steil omlaag. Een stevige opwarmer, maar ook al komen we vlekkeloos door deze kwalificatie, toch moeten de meeste rijders passen voor The Slab zelf. Met de regen van vandaag is het graniet spekglad. Na het zien van één succesvolle afdaling, gevolgd door een bijna-doodervaring bij de volgende rijder, kijken we toch maar eens naar de alternatieven. Ik spot al gauw een technische lijn langs de zijkant van The Slab. In trialmodus kom ik heelhuids beneden; de anderen kiezen eieren voor hun geld en nemen de veiligere omweg naar beneden. De Terrible Twins zijn van hetzelfde laken een pak: tweemaal supersteil en spekglad omlaag. Bij de regen van vandaag een pittige en voor de meesten te riskante uitdaging.

Deze trail doet zijn naam eer aan, want tot aan het eind komen we rotsachtige uitdagingen tegen waar je u tegen zegt. Hier en daar zijn zelfs skinnies gebouwd, boomstammen met een vlakke bovenkant waarover je naar de toppen van sommige rotsen kunt rijden. Supertof als je van een beetje trialrijden houdt, maar voor de meeste rijders net iets te veel van het goede. Desondanks biedt Dalbeattie volop uitdaging voor ieder niveau. 

irroughtree: nog meer rotsen

De volgende stop is het trailcentre van Kirroughtree, zo’n 50 kilometer van Dalbeattie. Een flinke parking en een groot nieuw gebouw voor horeca en fietsverhuur staan hier nog in de steigers, maar de eerste indruk is alvast positief. Ik ben vooral benieuwd naar ‘McMoab’, een volledig over rotsen uitgezet stuk van de route naar het voorbeeld van de trails in Moab (Utah, VS). Een beter voorbeeld bestaat niet, dus met hoge verwachtingen vertrekken we op de route genaamd ‘Black Craigs’. 

Elke keer weer weten de Britse mountainbikegebieden me te verrassen: bij vertrek doet de omgeving nog denken aan Zuid-Limburg en de Ardennen, maar na een paar bochten openbaren zich de mooiste vergezichten en spectaculaire landschappen. Zo ook hier in Kirroughtree. Het duurt niet lang voordat we ons in een ruw en desolaat heuvellandschap bevinden, waar de trail op natuurlijke wijze speels doorheen kronkelt.


 

En al gauw dient McMoab zich aan. Een kale rotspartij van enkele honderden meters, waarover de trail deels met verf is uitgepijld. Als Moab-veteraan kan ik niet wachten om in de slickrock-flow te komen, en hoewel ‘flow’ misschien niet het meest toepasselijke woord is (het is gewoon keihard werken om de lijn te volgen) lijkt dit stuk waarachtig veel op het Amerikaanse MTB- bedevaartsoord. Alleen de rode kleur van de rotsen is vervangen voor grijs, en de temperaturen liggen hier aanzienlijk lager. Het hoogtepunt is een circa 8 meter hoge rotswand waar een optionele lijn naartoe leidt, om vervolgens supersteil omlaag te buigen. Intimiderend hoog en steil, maar lang niet zo moeilijk als het lijkt.


Een mystiek en uitgestrekt landschap: onmiskenbaar Schotland.

Maar laten we ook de rest van de route niet tekortdoen. Hier liggen kilometers aan briljante singletrail, voor een groot deel snel en flowy, maar ook regelmatig uitdagend en spannend. Genoeg voer voor een paar dagen singletrailpret, maar ons programma is krap en morgen doen we één van de bekendste trailcenters van Groot-Brittannië aan. 

 

Glentress: het beroemdste én het grootste

De entree van het trailcenter van Glentress zegt eigenlijk al genoeg: meerdere parkings, een enorm gebouw met horeca, fietsverhuur en andere MTB-faciliteiten, kortom: alles wat een mountainbiker wenst. Met alles van beginnersroutes tot freeridetrails kunnen rijders van ieder pluimage hier hun hart ophalen. We rijden afwisselend over blauwe, rode en zwarte trails, en vertrekken natuurlijk niet zonder ons te hebben vermaakt op de freeridelijn.


Het bezoekerscentrum van glentress is simpelweg enorm.

Omdat het trailcenter vrij laag in de Tweed Valley is gesitueerd, begint de route van vandaag als vanzelfsprekend met een behoorlijke klim. Maar dan wel in trailcenterstijl: een gelijkmatig stijgingspercentage, strategisch geplaatste bochten en hier en daar wat ‘technical features’ voor wie wat extra uitdaging nodig heeft. Je komt hier gauw in het ritme en voordat we het weten staan we boven aan de freeridetrail – tijd voor wat jumps en drops ter afwisseling.


Het is niet moeilijk te raden waar trailnamen zoals 'Spooky Woods' vandaan komen.

Een must-do in Glentress is de rode route. Voorzien van welluidende namen zoals ‘Spooky Woods’, ‘The Matrix’, ‘Magic Mushroom’ en ‘Super G’ rijgt deze route de ene na de andere schitterende trailsectie achter elkaar. Ook nemen we geregeld varianten met een zwart label. Door de afwisseling is het moeilijk de route te beschrijven, en de trails variëren van flowy en snel tot extreem ruw en technisch. Gravel, rotsen, modder, wortels en north shore: alles is hier te vinden. 

En dat is eigenlijk de ironie van dit trailcenter: door de veelzijdigheid en compleetheid mist het gebied een echte identiteit. Niet dat er niet goed te rijden valt, integendeel: de trails zijn geweldig, goed doordacht en perfect aangelegd. We hebben enorm veel plezier op elke kilometer aan singletrack, waarvan er hier vele tientallen liggen. Maar juist door deze perfectie en overvloed ontbreekt het Glentress aan karakter. Dat maakt dit gebied zeer geschikt voor een zeer groot publiek, maar wie iets bijzonders zoekt, kijkt beter nog even verder. 

 

Innerleithen: work hard, play hard 

Een steenworp verwijderd van Glentress liggen de trails van Innerleithen. Haast onherkenbaar als trailcenter, met slechts een onverharde parkeerplaats met wc-huisje en een routebord, is de eerste indruk niet erg overtuigend. De eerste klim genaamd ‘Stell Burn’ is ook niet te vergelijken met de grote broer Glentress. De klim is behoorlijk steil en voorzien van niet altijd even fraai geplaatste rotsen, het is dus behoorlijk hard werken om hoogtemeters te winnen. Met uitzondering van een stuk fire road als relatief vlakke en aangename afwisseling, blijft de klim vrij pittig. Als we dan eindelijk de top van Minch Moor, de heuvel van 570 meter die we beklimmen, bereiken, zitten we letterlijk en figuurlijk met het hoofd in de wolken. Een verrassend koude wind blaast een dik wolkenpak over de top, en dat maakt het wachten op onze collega’s niet aangenamer. Wel een typisch Schots tafereel, compleet met rotsen en mist. 

De zware klim en koude momenten zijn echter direct vergeten zodra we de afdaling in duiken. Een briljante singletrack strekt zich voor ons uit: ruw en toch flowy en supersnel, met meer stenen dan menig Alpenafdaling. Hier is de invloed van de downhillrijders te merken, die in Innerleithen overigens ook prima aan hun trekken kunnen komen op de specifieke DH-trails. Na een volgende klim, die overwegend over fire road verloopt, komen we aan bij het begin van Plora Craig. Dit is een smalle singletrail die zig-zaggend door een dennenbos omlaaggaat. Bij het zien van bordjes met doodshoofden die een omweg van het zwarte niveau aanduiden, hoeven we geen moment te twijfelen – hier moeten we zijn. En jawel hoor, deze omweg genaamd ‘Razor Rock’ is er een van het gitzwarte kaliber. Rotsen, rotsen en nog eens rotsen. Op een gegeven moment lijkt het pad zelfs even zoek en zie ik niets anders dan grote brokken graniet voor me. Als bij wonder blijven de banden heel en weet bijna iedereen deze supertechnische sectie van begin tot eind te rijden.


Rotsen zo ver als het oog reikt: ook Razor Rock doet zijn naam eer aan.

En dan de laatste afdaling, terug naar de parking: Cadon Bank. Als de downhillstijl van de trailbouwers ergens goed te zien is, dan is het hier wel. In de eerste 200 meter krijgen we gelijk drie grote drops van soms meer dan anderhalve meter hoogte voor onze kiezen. Allen overigens voorzien van een ‘chicken run’, zodat mindere goden toch veilig naar beneden kunnen. Maar met onze enduro-fullies verklaren we het speelkwartier voor geopend, we maken we een aantal runs en de foto- en videocamera’s worden volgeschoten. Morgen hebben we nog een halve dag in Schotland, en de weersverwachtingen zijn zomers – dat wordt nog een ochtendje shredden in Innerleithen. Een betere afsluiting van de dag kunnen we ons niet wensen. 


Met voldoende veerweg is Cadon Bank één grote speeltuin.

En zo komt een eind aan een bliksembezoek aan zuidelijk Schotland. Achter ons liggen meer rock gardens, drops en berms dan we vooraf hadden kunnen dromen. Dalbeattie en Kirroughtree zijn twee pareltjes van trailcenters die alles in zich hebben voor een geweldig trailavontuur. Glentress, een kroonjuweel dat haarfijn laat zien waar de trailcentrecultuur van Groot-Brittannië momenteel staat. En Innerleithen is rauw en hardcore - als een ruwe diamant.

Dit artikel verscheen eerder in Bikefreak Magazine.

 

Deel dit artikel
Tags bij dit artikel